My greatest regret

Deze keer dacht ik toch echt helemaal niets te doen met al die reflectieve shyte – da’s voor een leraar meer iets voor de zomermaanden met hun zomertijdlozigheid. Toch speelt het op.

Natuurlijk ervaar ik het als een feit dat wij mensen conceptuele wezens zijn: conceptueel omdat we jongleren met concepten, maar dus ook conceptueel omdat we zelf conceptualisaties zijn. Hoewel de term “letterlijk” systematisch wordt gebruikt waar we het figuurlijk bedoelen – maar gewoonlijk de aandacht op het concrete aspect van een situatie proberen te vestigen, alsof dat voldoende zou zijn, gebruik ik het woord “zijn” hier “letterlijk,” alsof dat het begrip zelf het beste uitdrukt.

Maar als wij werkelijk conceptuele wezens zijn en dus niet behouden aan natuurwetten en essentialistische definiëringen, dan blijft het triest – vooralsnog ervaar ik het zo, terwijl het zo helder dat ook een consequentie is van onze conceptualiteit – om mensen te zien die zichzelf zodanig definiëren, of hun situatie (met henzelf daar als onderdeel van) op zo’n manier begrijpen en dus ook ervaren, dat zij zichzelf de mogelijkheid om dit in te zien, ontnemen.

In de onderwijswereld probeert men de term fixed mindset te pushen: het lijkt niet zo treffend geformuleerd als je tegenover growth mindset zet en bovendien impliceert het onvoldoende expliciet wat er dan gebeurt: namelijk niets.

Ik bedoel: tegenover “groeien” zou “niet groeien” moeten staan, wat direct duidelijk zou moeten maken wat dat inhoudt, met zich mee brengt: voor leven betekent het iets onmogelijks: dat het zich niet ontwikkelt – dat het niet leeft. Tegenover “groeien” staat niet zozeer “onveranderlijkheid” maar “levenloosheid.”

Dat is zonder enige twijfel mijn grootste “vernedering” geweest: het onvermogen om bij een van die personen die een fundamentele rol in mijn leven had, geen enkele invloed op diens mindset te hebben, terwijl ik zag dat het een kwestie van conceptualiteit moest zijn.

Ik begrijp nu natuurlijk dat ik geen idee had van de machten waar ik het tegen opnam: de fundamentele kracht van “het fundament,” waar je je “thuis” voelt (en dat dientengevolge dus ook in de werkelijkheid zo blijft vormgeven), de bezweringen van diegenen die je het meest hebt liefgehad (een vader bijvoorbeeld, maar het kan in feite voortkomen uit iedere bijzondere ontmoeting), idiosyncratische factoren zoals de mate waarin je op jezelf durft te vertrouwen, enz.

Die machten lijken vaak geworteld in de werkelijkheid, even zo vaak zijn ze dat allerminst. Dat hoopten we natuurlijk – had Wittgenstein het over een ladder tussen twee lagen mist, op Pollans How to change your mind hangt ze aan een wolk – maar gelukkig hebben wij hele andere mogelijkheden.

Daarom vind ik het triest om te zien hoe iemands zelfbeeld, zeker als dat bijna helemaal uit losse eindjes bestaat, zo sterk gaat bepalen wat iemand denkt dat er geen ruimte meer kan zijn voor iets anders. Dat iemand misschien niet eens alleen maar depressief is, maar dat er geen ruimte is voor groei.

Voor anderen.

Misschien hebben kinderen daarom zo’n enorme impact: als je ze serieus neemt dan kun je niet volstaan met een systeem dat je – te goeder trouw of niet – bedacht hebt. What’s it like to be bat.. To be a baby? To be a brat?

Je kind is die ander voor wie je ruimte moet hebben. Daarom was ik de afgelopen drie dagen zo ontzettend boos.


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *